Afdeling Roeselare
|
VLAAMS BELANG Afdeling Roeselare |
Deze pagina werd geprint op: 10/9/2010 (3:56)
Schriftelijke vraag
02-Feb-2009
Uitbating van de openbare parkeerinfrastructuur
Uitbating van de openbare parkeerinfrastructuur
Geachte dames en heren van het College,
De stap is blijkbaar gezet, dit stadsbestuur heeft de bedoeling om de parkeerinfrastructuur in Roeselare over te dragen naar een privépartner en probeert ons wijs te maken dat iedereen hier beter van zal worden. Bon, ik heb het bestek helemaal doorgenomen, wij hebben de plannen van dit stadsbestuur in onze fractie besproken en ik wil u graag onze algemene bemerkingen, onze vragen en onze stellingen meedelen.
- Algemene bemerkingen
- Natuurlijk delen wij de algemene analyse van het stadsbestuur dat het verkeer in deze stad aan het dichtslibben is. In Roeselare, zeker op bepaalde momenten en op bepaalde plaatsen, dreigt een verkeersinfarct. Hier moet dringend wat aan gedaan worden. En positief vinden wij ook het systeem van bewonerskaarten, enzovoort.
- Maar met die bewonerskaarten begint het eigenlijk al: de eerste kaart is gratis, de tweede zal een gezin al 100 euro kosten. Hoeveel gezinnen zijn er niet in Roeselare, waar één of meerdere kinderen nog voorlopig thuis wonen en ook met een auto rijden. Quid met zelfstandigen die zowel een bedrijfswagen als een personenwagen hebben?
- In de pers was te lezen – en dit wordt eigenlijk bevestigd door wat in de agenda en in het dossier hierover te vinden was – dat men het langdurig parkeren wil ontmoedigen. Op zich is dit een optie, een stelling, waar zeker argumenten voor pleiten: men wil het korte tijd parkeren aanmoedigen, men wil de leefbaarheid van bepaalde straten en pleinen wellicht proberen te verhogen. Dit is wél een optie met consequenties natuurlijk. Er loopt al een soortgelijk experiment in deze stad: de werknemers van het Heilig Hart kunnen middels een pendeldienst namelijk van de centrale parkeerplaats hun werkplaats bereiken. Hoeveel werknemers maken hier dagelijks gebruik van? Hoeveel werknemers zullen met hun bedrijf uiteindelijk naar de rand van de stad trekken? Dit is een consequentie van het beleid dat erop gericht is het langdurig parkeren tegen te gaan, daar kan men toch niet van uit? Want, dit is evident: parkeerruimtes genereren voertuigen en dus fijn stof, zoals in de commissie Mobiliteit al werd opgemerkt. Maar parkeerruimtes genereren ook economische activiteit, welvaart en commercie. Heeft men in het bestuur ook nagedacht over de lange termijnopties van dit plan? Sommige zelfstandigen zien inderdaad al Kortrijkse toestanden in deze stad, waarbij vooral de ringeconomie goede zaken doet, terwijl de centrumwinkels langzaamaan doodbloeden. Deze toestand doet zich, gelukkig maar, nog niet voor, maar misschien worden met dit plan de eerste stappen in die richting wel gezet.
- Als we het resultaat bekijken, het bestek en de plannen die het bestuur ons voorlegt, dat valt toch op dat weinig van de in een studie van het studiebureau Grontmij vooropgestelde nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd. In het licht van de voorziene groei van deze stad, en in het licht van het mobiliteitsplan werd in de studie voorzien dat Roeselare op korte termijn zou moeten kunnen beschikken over een kleine 1.000 bijkomende parkeerplaatsen. Daarvan vinden we bitter weinig terug in deze infrastructuurplannen.
- Zo komen we op een volgende algemene bedenking: Goed dat dit soort plannen al eens op een gemeenteraad komt, geachte collega’s. Op die manier komen we nog eens wat nieuws te weten. Zoals bijvoorbeeld op pagina 24 van de Gids, waar we – bijna en stoemelings – kunnen lezen dat de samenwerking met die andere private partner, CBS Invest, op de voormalige KBC-site, is stopgezet. Waarom de samenwerking is stopgezet, welke de achterliggende redenen zijn, daar hebben we voorlopig het raden naar. Wat de gevolgen zijn van het stopzetten van de samenwerking met CBS Invest ook. Misschien is dit het moment, geachte leden van het college, om de gemeenteraad hierover toch wat uitleg te verstrekken? Wat wordt de toekomst zonder deze pps? Of is het stadsbestuur op zoek naar een nieuwe privépartner om toch een en ander uit te bouwen? Kan het college hierover wat uitleg verstrekken?
- Tenslotte, en hiermee wil ik deze enkele algemene bedenkingen graag afsluiten: de doelstellingen van het project en waar men met deze constructie, naar ons aanvoelen, wellicht zal landen. Op pagina 21, bovenaan, worden de doelstellingen van de voorgestelde constructie opgesomd: het parkeergebeuren optimaliseren, een beleidsinstrument in hoofde van de overheid creëren waarbij stad zeggenschap behoudt, en ten derde: een minstens financieel neutrale constructie realiseren. Meer zelfs, op pagina 48 van het bestek wordt halverwege de pagina het volgende geschreven: “Bij de beoordeling van dit gunningscriterium, het vergoedingsmechanisme namelijk, zal tevens rekening gehouden worden met de “globale” financiële voordelen voor de lokale overheid, alsmede met de periodiciteit die de inschrijver voor de betaling voorstelt”. Met andere woorden: wat de stad eigenlijk nastreeft, is de parkeerinfrastructuur tijdelijk aan een particuliere partner te verkopen (middels een erfpachtprocedure) om hiervoor een flinke som geld binnen te rijven. Een eenmalige som voor de erfpacht van de Wallenparking, en terugkerende jaarlijkse sommen voor het gebruik van de andere parkeerinfrastructuur. Deze stad heeft véél geld nodig, en dit is in elk geval een manier om op korte termijn veel geld binnen te krijgen. Dit is natuurlijk maar één kant van het verhaal, een andere kant is die van de partner, de privémaatschappij die met de stad in zee gaat, en die een pak verplichtingen zal aangaan om de parkeerinfrastructuur van deze stad uit te baten. Een privépartner, wat impliceert dat ook die partner winst zal willen en moeten maken. De privépartner moet trouwens een engagement van 32 jaar aangaan, zijn aandeelhoudersstructuur mag gedurende 10 jaar niet wezenlijk veranderen, hij moet instaan voor onderhoud en gebruik van de infrastructuur en zal op simpel verzoek van de stad, en in elk geval binnen de 5 jaar, ook nog eens moeten instaan voor het bouwen van een nieuwe bijkomende parkeerruimte met 200 plaatsen. Dat de privépartners niet onmiddellijk staan te drummen, spreekt voor zich. Van de 5 oorspronkelijke kandidaten blijven blijkbaar maar 2, of misschien zelfs maar 1 kandidaat over. Het ziet er dus steeds meer en meer naar uit, geachte collega’s, dat de derde partij in dit parkeergebeuren, de parkeerder, de burger die zijn wagen kwijt wilt in de stad, het gelag zal moeten betalen. De stad mag geen financieel verlies lijden, en de privépartner moet winst maken: de derde zal het toch mogen betalen, zeker? Of zien we dat weer verkeerd?
- Wat het bestek zelf betreft: